
De mist is zo dicht dat ik alleen zijn ogen zie alsof iemand met was kaarsen in de kassen heeft vastgezet en aangestoken. De kou kruipt uit de grond langs mijn benen omhoog. Als ze mijn mond binnenglipt, zullen mijn tanden beginnen te klapperen. Hij zal niet vragen: ‘Zijt ge bang?’ Hij zal zijn jas uitdoen en zeggen: ‘Hier.’ – ‘En gij dan?’ zal ik zeggen.
Dit zijn dagen waarop moeders – de echte moeders, die hun kinderen willen zien opgroeien – de leren riem pakken waarmee ze klop gekregen hebben en klop gegeven hebben, en er hun kinderen mee aan een tafelpoot vastbinden. Voor hun goed. Want ze zouden recht in hun ongeluk lopen. En het zou te laat zijn zoals het hier in de Waterhoek voortdurend te laat is. Het ene moment hebt ge grond onder uw voeten, het volgende… En dan is het geen avance dat ge kunt zwemmen, wat die van Avelgem ook mogen beweren met hun grote mond van wij weten ’t allemaal beter en bij ons zou ’t geen waar zijn want wij treffen maatregelen als ’t nodig is. Wij, Waterhoekers, kunnen niet zwemmen. Zwemmen heeft nog nooit iemand gered.

Ik heb twee mislukte huwelijken achter de rug en ik sta bij de bakker uit het dorp te twijfelen tussen citroentaart en aardbeientaart. Geen van beide taarten verraadt de hand van een meesterpatissier, niks van het gladde, Jeff Koonsachtige designgebak dat je in steden aantreft en waarvan het zonde lijkt dat het tussen malende tanden verdwijnt. Kijk, dat zijn nou zaken die een ander niet meemaakt, of opmerkt. Denk ik. Mijn naam is Martin Vertomme. Ik doceer kunstgeschiedenis aan de academie van Ieper, hier amper vijf kilometer verder. Mijn beide ouders zijn drie jaar geleden in een dom verkeersongeval (er bestaan natuurlijk geen slimme verkeersongevallen) om het leven gekomen. Ik ben, was, enig kind. Toen, door de zelfmoord van een collega-docent die ik niet persoonlijk heb gekend, de mogelijkheid zich voordeed dat ik in Ieper zou kunnen lesgeven en er ook een gekke Japanner was die voor mijn vaders duiven een fortuin wou betalen, besloot ik terug te keren naar mijn pays natal, mijn geboortestreek. Ik woon weer in het ouderlijke huis, tout seule.



